Column | Opa

Hij was met zijn tweeënzeventig jaar een actieve en leuke opa. Zijn kleinkinderen waren gek op hem. Het was acht handen op één buik. Met opa viel er altijd iets te beleven. Hij was graag buiten en nam ze vaak mee op pad. Samen bladharken, appels van de grond rapen of vuurtje stoken was altijd een feestje in de tuin van opa.

Op een mooie winterse dag, toen opa met oma wandelde, ging het helemaal mis. Hij was zomaar buiten, in het bos, overleden. Voor hem was het, achteraf bezien, een mooie plek om het leven los te laten. Voor zijn vrouw en kinderen en de kleintjes die hij zo liefhad was het een enorme klap.

Toelevend naar de dag van de uitvaart maakten de kleinkinderen prachtige kunstwerkjes voor opa. Ook kochten ze ieder een kaars voor hem. Toen het zover was, staken ze tijdens de dienst één voor één een kaars aan en legden ze de kunstwerkjes bij de kist van opa.

Op zo’n moment voel je hoe iedereen meeleeft en vertederd raakt. Die eenvoud verzacht je eigen verdriet. Grote mensen dragen hun verdriet in stilte. Kleine mensen laten het nog onbevangen zien.

Dat gebeurde ook toen we na afloop van de koffietafel afscheid van elkaar namen. Eén van de kleinkinderen ging steeds dichter bij oma staan. Toen ze aanstalten maakten om te gaan, stak ze resoluut haar handje in oma’s hand en zei, ‘Nu loop ik met jou mee.’

Terug naar overzicht

Laatste nieuws